Het belang van een regelmatige oogcontrole

ook wanneer u geen lenzen of bril heeft

Vele oog- en zichtproblemen hebben geen duidelijke symptomen. Daarom zijn mensen zich vaak niet bewust van een probleem. Vroege diagnose en behandeling zijn dan van belang voor het behoud van een goed zicht en, indien mogelijk, voor het voorkomen van permanent zichtverlies.

De noodzaak voor een regelmatig oogonderzoek zijn afhankelijk van je leeftijd, ras, medische geschiedenis, familiegeschiedenis, beroep en andere factoren. Als er zich oogproblemen voordoen is snel onderzoek altijd vereist. Daarnaast kunnen door bepaalde risicofactoren meer frequente controles noodzakelijk zijn. Hierna volgen algemene aanbevelingen voor oogcontroles. Volg echter altijd het advies op van de oogspecialist.

Baby’s en kleuters

Baby’s worden meestal vlak na de geboorte gecontroleerd op aangeboren oogaandoeningen. Bovendien moeten baby’s na de geboorte een extra oogcontrole krijgen door een optometrist indien er oogafwijkingen of risicofactoren aanwezig zijn. Vroege diagnose en behandeling zijn belangrijk om te zorgen voor een goede visuele ontwikkeling, om te voorkomen dat er zichtverlies optreedt vanwege een oogziekte en om erfelijke of aangeboren oogaandoeningen te behandelen zoals een lui oog of scheelheid.

Indien er geen specifieke problemen of klachten zijn, is het raadzaam om kinderen opnieuw te onderzoeken op de leeftijd van 3 voordat ze naar school gaan. Hiermee kan het ontwikkelingsniveau van de ogen worden vastgesteld en kan vroegtijdig een diagnose worden gesteld en een behandeling worden gestart indien het kind slechtziend blijkt.

Risicogroepen: te vroeg geboren baby’s met een laag geboortegewicht, of baby’s van wie de moeder rode hond heeft gehad, geslachts- of vaatziekten, een AIDS-gerelateerde infectie of een voorgeschiedenis van alcohol of drugsverslaving of andere medische problemen tijdens de zwangerschap, kunnen een verhoogd risico hebben problemen met de ogen. Ook een hoge refractie-afwijking of een familiegeschiedenis van oogziekte, scheelheid of aangeboren oogaandoeningen kunnen een gevaar zijn voor baby’s en kinderen.

Schoolgaande kinderen

Zicht verandert vaak tijdens de schooljaren. De meest voorkomende problemen zijn te wijten aan de ontwikkeling van bijziendheid. Bovendien kunnen problemen met oog coördinatie en focus invloed hebben op de school prestaties. Periodieke controles worden daarom aanbevolen.

Risicogroepen: kinderen die weinig vooruitgang boeken op school en die moeite hebben met leren en lezen dienen hun ogen te laten onderzoek als onderdeel van een totale controle.

Volwassenen

Voor volwassenen geldt dat de toegenomen visuele eisen van onze technologische samenleving, regelmatige optometrische zorg noodzakelijk maken. Oculaire ziekten komen vrij weinig voor onder jonge volwassenen, maar de eisen aan het zicht zijn aanzienlijk. Om visuele efficiëntie, productiviteit, en een optimale gezondheid van het oog te waarborgen, worden periodieke oogcontroles aanbevolen.

Volwassenen, van begin tot midden veertig, kunnen veranderingen ervaren in hun vermogen om duidelijk dichtbij te zien. Deze normale verandering van de accommodatie capaciteit van ogen bij het ouder worden treedt bijna altijd op tussen het 40e en 50e levensjaar (presbyopie of ouderdomsverziendheid). Tevens stijgt tijdens deze jaren het aantal gezondheidsproblemen met ogen. Daarom wordt een periodieke oogcontrole aanbevolen.

Risicogroepen: Mensen waarbij diabetes of hypertensie is vastgesteld, of met een familiegeschiedenis van glaucoom, vooral mensen met zeer veeleisende visuele beroepen, of mensen die bepaalde systemische geneesmiddelen nemen met oculaire bijwerkingen of mensen met andere gezondheidsproblemen.

Oudere volwassenen

Mensen in de leeftijd van 61 jaar of ouder hebben een verhoogd risico voor de ontwikkeling van cataract, glaucoom en vlekken en andere zicht bedreigende condities evenals systemische gezondheidsproblemen. Daarom is een jaarlijkse oog controle aanbevolen.

Risicogroep: Mensen waarbij diabetes of hypertensie is vastgesteld, of met een familiegeschiedenis van glaucoom of cataract, en degene die systemische geneesmiddelen neemt met oculaire bijwerkingen of andere gezondheidsproblemen heeft.

Leeftijd
Onderzoeksfrequentie (indicatie)
Zonder symptomen of risico’sVerhoogd risico
Geboorte tot 24 MaandenTot 6 maanden oudTot 6 maanden oud of zoals aanbevolen
2 tot 5 jaarOp 3 jarige leeftijdAls 3 jarige of zoals aanbevolen
6 tot 18 jaarVóór Groep 3 en elke twee jaar daarnaJaarlijks of zoals aanbevolen
18 – 40 jaarOm de twee tot drie jaarElke een tot twee jaar of zoals aanbevolen
41 – 60 jaarOm de twee jaarElke een tot twee jaar of zoals aanbevolen
61 en ouderJaarlijksJaarlijks of zoals aanbevolen

Oogcontrole bij contactlensdragers

Contactlensdragers kunnen het beste om de zes maanden hun ogen laten controleren door een contactlens specialist, optometrist of oogarts. Tijdens een dergelijk controle moet bijvoorbeeld bepaald worden of de sterkte van de lens nog goed is. Nog belangrijker is om te laten beoordelen of de contactlens geen beschadigingen aan het oog heeft gegeven. Vooral bij het dragen van zachte contactlenzen kunnen er afwijkingen aan het oog ontstaan die in eerste instantie niet opgemerkt worden. Dit in tegenstelling tot harde (vormstabiele) contactlenzen waarbij vaak wel op tijd door de contactlensdrager opgemerkt wordt als er iets niet goed is omdat er dan duidelijk voelbare irritatie aan de ogen optreedt.

De halfjaarlijkse controle moet voorkomen dat je blijft doorlopen met een bepaalde lens of lenstype terwijl dit voor het oog niet goed is. Bij problemen kan dan tijdig besloten worden om de passing te veranderen, andere contactlenzen aan te meten en/of specifieke adviezen te geven om permanente beschadigingen aan het oog te voorkomen. Worden er ernstigere afwijkingen aan het oog geconstateerd, dan zal doorverwijzing naar een oogarts moeten plaatsvinden (via de huisarts).

Test nu in 1 minuut uw ogen met onze simpele basis ogentest !